Uitgelezen september 2026
‘Het woord “catastrofe” komt van het Griekse “katastrophè”, een noodlottige wending, onverwacht en genadeloos. In het klassieke theater was dat het moment van de ontknoping, het moment vlak vóór het einde, maar nog niet helemaal het einde.’ Dat schrijft Valeria Luiselli in haar prachtige nieuwe roman Begin, midden, einde. Via de verhalen van drie generatie vrouwen – een schrijver, haar dochter, haar moeder – toont Luiselli prachtig aan dat het midden veel méér is dan alleen maar dat wat tussen begin en einde zit; dat het leven zelfs vooral heel veel midden is.
Over het midden van het leven gaat het ook bij Elisabeth Strout. In Wat ongezegd blijft neemt meesterverteller Strout ons mee naar de doodnormale leraar en vader Artie Dam die verteerd wordt door een al bijna even normaal gevoel van eenzaamheid. Zijn catastrofe is er een die stilletjes plaatsgrijpt. Tot hij op een dag een heel groot, pijnlijk geheim ontdekt over zijn familie. Wat voor velen een ramp zou zijn, blijkt voor Artie dat wat zijn leven uiteindelijk weer zin geeft.
De derde catastrofe, die afgelopen juni helaas wel door een einde werd gevolgd, vinden we in het laatste werk van Lieke Marsman. Al jaren leefde Marsman met een zeldzame vorm van kanker. Al jaren schreef ze over haar ziekte en haar naderende overlijden. Tegelijkertijd bleef ook naar buiten kijken, en kritisch de wacht te houden over de wereld die ze zou achterlaten. Daarvan is De dichter en de duivel opnieuw bewijs: een dichter daalt af in haar berging en vindt daar alle lagen van de onderwereld, van woordvoerders en influencers tot oorlogsmisdadigers en uiteindelijk de duivel in eigen persoon.
In september driemaal literatuur die ons verlangen aanwakkert om terug te keren naar een staat vóór alle rampen, en literatuur die ons troost wanneer dat terugkeren – natuurlijk – onmogelijk blijkt.

Valeria Luiselli

Lieke Marsman

Elizabeth Strout