Extra

Vroeger was ons huis ons thuis

Vroeger was ons huis ons thuis. ‘We gaan naar huis,’ zei mijn vader. Later, na de scheiding van mijn ouders: ‘ik breng je naar de Stationsstraat.’ Mijn thuis was niet meer zijn thuis. Het was een adres geworden, alsof hij zichzelf daarmee vertelde dat hij er ook niet meer woonde. Thuis was een straatnaam geworden, waardoor het zich ook een beetje van mij had verwijderd. Alsof ik wat voor mijn neus lag door een verrekijker bekeek.

,

Ik herinner me van eerder dat jaar dat de deining al eens in mijn lichaam zat. Na een nacht rijden voor een wintersportvakantie was ik op de achterbank de hele nacht wakker gebleven. Bij aankomst stapte ik uit de auto en het asfalt golfde onder mijn voeten. De witte lijnen van de parkeerplaats lagen niet stil. De hele dag leefde ik op de golvende grond, terwijl ik skischoenen paste, naar de supermarkt ging, spaghetti at, tot uiteindelijk de laatste schokgolf kwam: de lift die stilhield op de verdieping van ons appartement. Toen ik mijn tanden stond te poetsen, constateerde ik dat de grond weer stilstond. Ik dacht dat het slaaptekort was
en later dat het kwam door het van huis zijn.

Kan het zijn dat je zo hevig naar huis verlangt, dat je op die andere plek geen vaste grond onder je voeten voelt?

,

We passeren Breda, zonder te stoppen. Daarna schuiven de laatste stukken Nederland voorbij: weilanden, bomen, boerderijen, de snelweg. Ik probeer het landschap op een grens te betrappen. Er zijn geen slagbomen of plotse veranderingen van kleur of boomsoorten. Minutenlang rijden we door een tussengebied, weet ik niet of we in het ene of het andere land zijn. Reis ik door een lobby van gras, bomen, struiken. Niet alleen in het landschap speur ik naar een verandering, ook bij mezelf. Alsof ik door heel goed op te letten mijn angst zie opdoemen en vervolgens bestudeer, als een insect dat ik heb gevangen onder een glas.

Terwijl als hij echt opduikt, hij het formaat heeft van de wereld buiten het glas en ik degene ben die eronder gevangen zit.

,

Is het angst of heimwee? Of gaan ze naadloos in elkaar over?

,

Terugkerende gedachten als ik van huis ben: dat ik door een of ander kosmisch defect alleen op aarde overblijf. Een andere: dat mijn lichaam een tijdbom is en dat ik, als ik daar op tijd achter kom, het vermogen heb die bom te ontmantelen. Dat ik daarom alert moet zijn op lichaamssignalen, op mijn hartslag. Weer een andere: dat ik eindeloos ver val, de hoogte of een diepte in, en dat ik buiten de wereld beland.

,

Op mijn schoot ligt Nostalgia van Helmut Illbruck, over heimwee als fundamenteel verlangen. Stom idee, denk ik te laat, om dit onderweg te lezen. Alsof dit boek me nog verder wegslingert dan ik al ben.

De term nostalgia werd in de zeventiende eeuw bedacht door de Zwitserse arts Johannes Hofer. Hij beschreef een lichamelijke ziekte bij Zwitserse huursoldaten die ziek werden van het verlangen naar huis. Een vorm van heimwee die hun lichaam aantastte. Daarom wilde hij dit verschijnsel een plek geven in de medische wereld en zocht hij hiervoor een nieuwe naam. De Griekse woorden nostos (terugkeer) en algos (pijn) lijmde hij aan elkaar: nostalgia.

Een ziekte van de verbeelding, volgens Hofer. De geest die hunkert naar iets wat er niet meer is, als gevolg hiervan richt ze zich naar binnen. Daar voedt ze zich niet langer met de werkelijkheid, maar met haar eigen voorraad beelden, herinneringen, voorstellingen.

Ik kijk om me heen, bijna elke plaats is bezet. Mensen die van de ene plek naar de andere reizen, aan de buitenkant is het onzichtbaar of ze terugkeren of weggaan, en welk verschil het voor hen maakt.

Hofer gaf het een naam, maar het gevoel van heimwee is natuurlijk veel ouder. Het wordt al beschreven in het Oude Testament, in de Odyssee van Homerus. Het trof talloze volkeren die door oorlogen en koloniaal geweld van hun grond werden verjaagd. Er zijn gevallen bekend van soldaten die tijdens de Dertigjarige Oorlog werden ontslagen vanwege ‘el mal de corazón’. De symptomen die in het boek worden opgesomd: een verminderde eetlust, verzwakte spieren en een algemeen gevoel van depressiviteit. Er waren ook ernstiger gevallen: bij sommigen raakt het zenuwstelsel zodanig ontregeld dat ze stierven. De ervaring leerde dat men volledig kon herstellen, soms doofden de symptomen al uit op weg naar huis.

Overal ter wereld verlangen mensen naar huis, ligt iemand wakker in een vreemd bed, met Schweizer-
heimweh,
mal du pays,
homesickness,
saudade,
heim rá,
hjemve,
hiraeth.

Elk woord wijst in een andere richting als de naald van een kompas, afhankelijk van in wiens hand het ligt.

[…]

Uit: Heim, of het verhaal van mijn duizeligheid van Dorien de Wit