Uitgelezen april 2026
Voor de editie van april lagen er drie boeken met een grote A op tafel. Het is de A van Ambitie, want elk op hun manier zetten deze auteurs hoog in. Nota bene gaat het in twee gevallen om een romandebuut, weliswaar met een tijdsverschil van enkele decennia. Zo is er de pas verschenen eerste roman van Dominique De Groen, die we kennen van een aantal prikkelende dichtbundels, waaronder Offerlam (2020) en Slangen (2022). Voor haar debuut als romancier gooit ze alle remmen los, want Corpus Britney – alleen al voor die titel verdient ze een literaire onderscheiding – is een boek dat lak heeft aan genres en hoe die doorgaans gedefinieerd worden. Het hoofdpersonage heet Bella Goth en werkt als B-horrorfilmactrice. Ze lijkt als twee druppels water op Britney Spears en verdwijnt na een draaidag. Voor Malayney Melkzuur, een zogenaamd paranormaal detective, vormt dat het begin van een hallucinerende queeste in tijd en ruimte: door talloze betekenislagen bestaande uit popcultuur, cyberspacehorror en digitale ruïnes. Met tussen de regels een eigenzinnige geschiedschrijving van het rauwe kapitalisme, inclusief het recente regime van het algoritme.
Ook in Biografie van X, een door de internationale pers bejubelde roman van de Amerikaanse schrijfster Catherine Lacey, is er sprake van een soort achtervolgingswaan, postuum welteverstaan. Wanneer X, een baanbrekend kunstenaar, dood neervalt in haar kantoor, stort haar weduwe zich op het schrijven van een biografie: het ultieme portret van de vrouw die ze verafgoodde, maar van wie ze nauwelijks iets weet. Volgens de cultauteur Chris Kraus, bekend van I Love Dick, schreef Lacey met deze roman een ‘fascinerende draaikolk waarin de politieke en culturele geschiedenis van het twintigste-eeuwse Amerika samenvloeien’. Waarbij misleiding als een rode draad fungeert in een uitgekiend literair labyrint.
Daarmee vergeleken is het tweede debuut van de avond veel soberder, maar schijn bedriegt: in zijn eerste roman getiteld De dingen, verschenen in 1965, schetst de Frans-Joodse schrijver Georges Perec het dagelijkse leven van een jong koppel, Sylvie en Jérôme. We bevinden ons in het hippe Parijs van de vroege jaren zestig en Perec voert zijn personages op alsof hij ze als specimen onder zijn microscoop bestudeert: afstandelijk, onderzoekend, bijwijlen cynisch. Maar wat er kritisch tegen het licht wordt gehouden is niets minder dan een – politiek en maatschappelijk – systeem dat vandaag nog steeds alomtegenwoordig is. Perec omschreef zijn debuut als ‘het allereerste boek waarin het fenomeen van de prille consumptiemaatschappij’ wordt beschreven. Met personages die niet kunnen kopen wat ze willen en niet harder willen werken dan ze doen, tot ze verdwalen in een zelfgecreëerd doolhof. Zes decennia later zindert deze scherpzinnige analyse – bekroond met de Prix Renaudot – nog na, en dat zegt alles over de tijd waarin we nu leven.
Als muzikale entr’acte én als Vooruitlezer(s) verwelkomden we drie jonge makers: Hanna Mensink, Robbe Embrechts en Winter De Cock. Zij noemen zichzelf de Joooties en dat heeft alles te maken met het leven en werk van Jotie T’Hooft, de dichter die – na een even kort als intens leven – als 21-jarige het tijdelijke voor het eeuwige ruilde. T’Hooft zou op zaterdag 9 mei 70 worden. Het is de aanleiding voor een podcast en hommage.
Lees hier het verslag van de avond door Gent Leest.

Dominique De Groen

Catherine Lacey

Georges Perec